;

Laatste nieuws

Drukregistratievoorziening

dinsdag 13 november 2018

Voldoet uw drukregistratievoorziening aan de gestelde eisen?

In de Activiteitenregeling milieubeheer zijn eisen opgenomen waaraan een drukregistratievoorziening voor veldspuitapparatuur (neerwaarts spuiten) en een axiaal- of dwarsstroomspuit (op- en zijwaarts spuiten) moet voldoen.
Uitgangspunt van de regelgeving is dat de ondernemer bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan aantonen dat wordt voldaan aan de gestelde eisen voor driftreductie.

Lees hier aan welke eisen de drukregistratie moet voldoen.

a. Nauwkeurigheidmeting:
De actuele spuitdruk wordt gemeten met een maximale afwijking van ± 0,1 bar in het gebied van 0 – 10 bar. De spuitdruk dient aangegeven te worden in de eenheid bar, met 1 cijfer achter de komma.

b. Meten en registreren
Er dient bij bespuitingen een actuele meting en registratie van de spuitdruk in de tijd plaats te vinden met daaraan gekoppeld een tijdregistratie. Gedurende een tijdsduur van tenminste het laatste uur van een bespuiting dient ten minste elke 10 seconden de spuitdruk gemeten en geregistreerd (opgeslagen) te worden. Dit levert een goed en bruikbaar beeld op van de gebruikte spuitdruk.
Er worden geen eisen gesteld aan hoe de meetwaarde tot stand komt (de meetwaarde kan gebaseerd zijn op een waarneming binnen 10 seconden, het kan een gemiddelde zijn van 10 meetwaarden binnen 10 seconden of anders). Registratie van de absolute / actuele tijd is niet verplicht.

Registratie van de spuitdruk dient alleen plaats te vinden op het moment dat daadwerkelijk wordt gespoten, dus niet op het moment dat de spuitvloeistof wordt rondgepompt maar niet gespoten wordt (bijvoorbeeld bij recirculatiesystemen). Bij voorkeur dient in dat geval een spuitdruk van 0,0 bar geregistreerd te worden. Indien dit technisch niet mogelijk is, wordt in dat geval bij niet spuiten een geregistreerde spuitdruk van maximaal 0,5 bar toegestaan.
In het geval dat een ringleiding op de spuitmachine aanwezig is, mag maximaal de toegestane maximale spuitdruk voor de betreffende spuitdop en bijbehorende driftreductieklasse worden geregistreerd.

Bij lucht / vloeistof-mengdoppen dienen zowel de vloeistofdruk als de luchtdruk te worden gemeten en geregistreerd. De eisen aan de druksensor voor het meten van de luchtdruk zijn gelijk aan die van de sensor voor de waterdruk, een maximale afwijking van ± 0,1 bar in het gebied van 0 – 10 bar. De spuitdruk dient aangegeven te worden met 1 cijfer achter de komma.

Toelichting voor toezicht en handhaving
Het kan voorkomen dat door omstandigheden over een korte periode piekdrukken worden geregistreerd. Dit kan voorkomen bij het inschakelen van de spuitmachine, als een spuitcomputer de druk bepaalt en het voertuig door omstandigheden langzamer of sneller rijdt, of wanneer door (bodem)omstandigheden het voertuig dreigt vast te gaan zitten. In dat geval duurt het even voordat de machine zich bijgeregeld heeft. Hier dient bij toezicht en handhaving rekening mee gehouden te worden.

c. Bewaren van gegevens
De geregistreerde gegevens (meetwaarden) moeten ten minste 1 uur worden bewaard. Bij één waarneming per 10 seconden gaat het bij registratie van de gegevens over een uur om 360 waarnemingen die moeten worden opgeslagen en afgelezen kunnen worden.

d. Plaats van meting spuitdruk
De spuitdruk dient gemeten te worden in de nabijheid van de spuitmanometer. Indien een spuitmachine al een druksensor heeft en deze voldoet aan de SKL-eisen mag deze sensor gebruikt worden voor de drukregistratievoorziening en mag de spuitcomputer gebruikt worden voor het registreren en aflezen van de opgeslagen spuitdruk en tijd.

e. Indicatievoorziening voor inwerking drukregistratievoorziening
De drukregistratievoorziening geeft met een indicatievoorziening (bijv. een lampje) aan dat deze in werking is.
Bij het starten van de bespuiting dient de drukregistratievoorziening automatisch in werking te treden. De drukregistratievoorziening mag niet handmatig kunnen worden aan- of uitgezet. Bij een geïntegreerde drukregistratievoorziening (als onderdeel van de spuitcomputer) hoeft geen licentievoorziening aanwezig te zijn om aan te geven dat de drukregistratievoorziening in werking is.

f. Aflezen van gegevens
De gegevens (meetwaarden spuitdruk) dienen in het veld afgelezen te kunnen worden. Het gaat daarbij om het aflezen van iedere waarneming van de spuitdruk per 10 seconden tot ten minste één uur terug. Het heeft de voorkeur dat de spuitdruk kan worden afgelezen van het beeldscherm van de spuitcomputer indien deze op de spuit aanwezig is.
Bij nieuwe spuitmachines dient vanaf 1-1-2020 bij aanwezigheid van een spuitcomputer de spuitdruk afleesbaar te zijn vanaf het beeldscherm van de spuitcomputer.

g. Keuring
De drukregistratievoorziening wordt één keer per drie jaar gekeurd bij de reguliere keuring van spuitmachines door een erkend SKL-keuringsstation. Ten behoeve van de keuring dient de druksensor makkelijk demonteerbaar te zijn of dient in de nabije omgeving een testaansluiting aanwezig te zijn. De drukregistratievoorziening wordt niet gecertificeerd.


Voor de fruitteelt staat in het activiteitenbesluit artikel 3.83 lid 3:


Drukregistratie verplicht
Bij het op- en zijwaarts spuiten van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten met een axiaal- of dwarsstroomspuit, waarbij spuitdoppen worden gebruikt die uitsluitend zijn aangewezen voor het gebruik bij een spuitdruk lager dan 5 bar, wordt de spuitdruk geregistreerd door een drukregistratievoorziening.

Drukregistratie niet verplicht
Bij het op- en zijwaarts spuiten van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten met een axiaal- of dwarsstroomspuit, waarbij spuitdoppen worden gebruikt die uitsluitend zijn aangewezen voor het gebruik bij een spuitdruk gelijk en hoger dan 5 bar.

Image title
Aan het laden
Aan het laden